Kroatië is terecht een geliefd vakantieland, met een rijke antieke erfenis, een levendige cultuur, een prachtige kustlijn en heerlijke natuur. Maar de Kroaten konden helaas niet zomaar hun vrijheid bekomen van de dictatoriale eenheidsstaat 'Joegoslavië'. Deze tekst beschrijft de geschiedenis van de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog (1991-1995) en de betekenis daarin van de symbolische steden Knin en Vukovar.
Naar de onafhankelijkheid
In 1989 viel de Berlijnse muur en daarna het Ijzeren gordijn dat sedert de Tweede Wereldoorlog Oost- Europa in de greep van de socialistische dictaturen hield. Twee mensen hadden daarin een grote verdienste: de Amerikaanse president Ronald Reagan en paus Johannes Paulus. De eerste had de USSR op de knieën gekregen met de plaatsing van kernwapens – ook bij ons (ondanks de door Moskou gesponsorde ‘vredesbeweging’), de tweede had vooral Polen gesteund en gesterkt in zijn anti-socialistische verzet wat leidde tot de succesvolle verzetsbeweging rond de vrije vakbond ‘Solidariteit’ (Solidarnosc).
De val van het communisme in Oost-Europa zorgde ervoor dat ook in de socialistische dictatuur Joegoslavië dingen mogelijk werden die voordien onmogelijk leken. Er werden voor het eerst vrije verkiezingen gehouden in Kroatië in april en mei 1990. Het werd een grote overwinning voor de Kroatische democratische unie (HDZ) van Franjo Tudman (1922-1999).
Wikipedia: Tuđman vocht tijdens de Tweede Wereldoorlog (1941-1945) aan de zijde van Tito’s partizanen en werd lid van de Joegoslavische Communistische Partij (JCP). Na de oorlog maakte Tuđman carrière binnen het Joegoslavische Volksleger (JNA). In 1960 werd hij de jongste generaal in het JNA.
In 1961 verliet Tuđman het leger, naar eigen zeggen vanwege het grote aantal Servische officieren. Tuđman richtte het Instituut voor de Werkers Geschiedenis op. Tuđman werd de eerste voorzitter van dit instituut, een post die hij tot 1967 vervulde Vanaf het einde van de jaren 60 bekritiseerde Tuđman het communistische establishment in Joegoslavië. Als gevolg hiervan werd hij uit de Joegoslavische Communistenbond (opvolger van de Joegoslavische Communistische Partij) gezet.
In 1971 speelde Tuđman een belangrijke rol tijdens de Kroatische Lente en werd hij na de onderdrukking hiervan, veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Tuđmans partij, Hrvatska Demokratska Zajednica (HDZ of Kroatische Democratische Unie), won de eerste post-communistische parlementsverkiezingen in 1990. Daaropvolgend werd Tuđman president van Kroatië dat toen nog een deelstaat van Joegoslavië was. Een jaar later (1991) verklaarde hij Kroatië onafhankelijk.
Tuđman werd twee maal herkozen en bleef aan de macht tot aan zijn dood eind 1999. Hij ligt begraven op de Mirogoj-begraafplaats in Zagreb. Veel straten, pleinen en kunstwerken in Kroatië en in de door Kroaten bevolkte delen van Bosnië en Herzegovina dragen Tuđmans naam, waaronder de moderne Franjo Tuđmanbrug in Dubrovnik.
Op 19 mei 1991 werd een referendum in Kroatië gehouden over onafhankelijkheid. 94% stemde voor.
Op 25 juni 1991 was het de grote dag: de onafhankelijkheid werd uitgeroepen door Kroatië en Slovenië.
Zoals in zoveel landen eerder vreedzaam bewezen was, had de socialistische dictatuur Joegoslavië aldus op een vreedzame manier kunnen beëindigd zijn. Maar twee factoren zorgden ervoor dat dit niet gebeurde. De Serviërs in Kroatië zelf, zowat 10% van de bevolking, weigerden het nieuwe legitieme Kroatische gezag te erkennen en te aanvaarden. Zij woonden vooral in het zuidoosten van Kroatië, in de Krajina-regio rond de stad Knin.
De Servische regering in Belgrado bleef bovendien zichzelf vanuit een socialistisch-communistische overtuiging koppig beschouwen als regering van een eenheidsstaat ‘Joegoslavië’, aanvaardde de democratische beslissingen van de volkeren van Slovenië en Kroatië dus niet en probeerde met geweld de gang van de geschiedenis te stoppen.
De eerste fase van de onafhankelijkheidsoorlog werd de Tiendaagse oorlog in Slovenië. De tweede fase was de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog. De derde fase zou de oorlog in Bosnië worden. De drie oorlogen liepen uit op een zware Servische nederlaag, ten koste van veel bloedvergieten.
‘Servische republiek’ en bombardementen op Kroatische steden
De start van deze oorlog wordt nogal eens gezet op 19 mei 1991 (referendum in Kroatië over onafhankelijkheid) of 25 juni 1991 (onafhankelijkheidsverklaring), maar de vijandelijkheden op het terrein waren eigenlijk al eerder begonnen. Al in augustus 1990 hadden gewapende Servische milities in het zuidoosten van Kroatië, in het gebied ‘Krajina’, bomen omgehakt om de toeristische wegen naar de Dalmatische kust te versperren, een actie die Kroatië veel schade berokkende.
In december 1990 hadden de (gedeeltelijk) door Serviërs bewoonde gebieden in Krajina zichzelf uitgeroepen tot eigen ‘republiek’, met als hoofdstad Knin. Kroatische ambtenaren en politiemensen werden bedreigd en verdreven.
Nadat de 10-daagse Sloveense veldtocht in juni 1991 door het Joegoslavische leger verloren was, besloot het Joegoslavische leger vanuit Belgrado voluit de kaart te trekken van een groot-Servië. Daarvoor zouden autonome gebieden als Kosovo ingelijfd worden, maar ook de gebieden in Kroatië waar veel Serviërs woonden.
Vanaf dat ogenblik gold de regel dat ‘Servië overal is waar Serviërs wonen’ – een stelling die ook door de Franstaligen ten aanzien van de Vlaamse rand rond Brussel wordt gehanteerd… In het van oudsher Kroatische gebied Krajina, met als hoofdstad Knin, woonden 470.000 mensen, waaronder 246.000 Serven, 168.000 Kroaten en 56.000 mensen van een andere etniciteit. Het gebied riep zichzelf uit tot Servische republiek; die republiek ging later ook door Serviërs veroverde gebieden in het Oosten van Kroatië besturen.
Omdat het Kroatische leger nog volop in oprichting was, was het militair niet opgewassen tegen de Servische milities, gesteund door het Joegoslavisch leger (JNA). Een derde van het grondgebied Kroatië kwam zo onder Servisch gezag. De verovering van Kroatisch gebied ging gepaard met etnische zuiveringen, waarbij het de bedoeling was zoveel mogelijk Kroaten te verjagen. Daartoe werden bombardementen uitgevoerd op de steden Dubrovnik, Šibenik, Zadar, Karlovac, Sisak, Slavonski Brod, Osijek, Vinkovci en Vukovar. Een half miljoen Kroaten sloeg op de vlucht, en moest overal elders in het land opgevangen worden.
Vanuit Vlaanderen werden in deze periode door nationalisten hulpkonvooien georganiseerd, eerst door NSV, daarna ook door VBJ. Tegelijk gingen Serviërs zich te buiten aan wreedheden. Op 1 augustus werden in Dalj 11 burgers en 28 politieagenten omgebracht door de ‘Tijgers’ van Arkan. In totaal zouden in deze regio tussen 1991 en 1992 meer dan 135 Kroaten vermoord worden, het hoogste aantal slachtoffers na Vukovar.
De slag om Vukovar
In augustus 1991 begonnen de Serviërs de omsingeling van de strategisch gelegen stad Vukovar. Door het taaie verzet van de Kroaten tegen de overmacht zou de belegering duren tot november, en uitgroeien tot een symbool van Kroatisch verzet. Vukovar was voor de oorlog gemengd gebied met 44% Kroaten, 37% Serviërs en zowat 20% anderen.
Nadat eerst de omliggende dorpen met moord en terreur ‘gezuiverd’ waren van Kroaten, werd de stad omsingeld door bijna 50.000 man van het JNA en Servische milities. Maar zowat 2000 Kroatische verdedigers groeven zich in en waren vastbesloten om niet te wijken. Het ging niet om reguliere militairen, maar om vrijwilligers (o.a. van de bikkelharde HOS-militie), bewapende burgers en troepen van de Kroatische nationale garde. Ze werden echter bijzonder kundig georganiseerd door de stafchef Branko Borković: rond de stad werden mijnen gelegd, zwaar verstevigde sleutelposten, sluipschutters en mobiele antitankploegen.
De eerste beschietingen zorgden ervoor dat slechts zowat 20.000 bewoners in de stad bleven – plus de vastberaden verdedigers. Vanaf augustus werden de bombardementen intens en verwoestend. De stad werd kompleet aan puin geschoten; alleen de zwaar gehavende watertoren bleef overeind en werd een symbool van de slag om de stad.
Een reactie op de aanvallen was dat Kroatische troepen Joegoslavische federale kazernes omsingelden in Kroatië. De operatie werd uitgevoerd door politie, burgers en milities in september 1991 en kreeg later de naam ‘de slag om de kazernes’. Het werd een succes voor de Kroaten, grote hoeveelheden wapens werden buitgemaakt. Maar in Vukovar mislukte de aanval op de lokale kazerne en de Serviërs openden meteen een offensief. Het doel: Vukovar veroveren, en daarna oprukken naar Zagreb.
Op 19 september vertrok een enorme kolonne van wel 10 km lang vol tanks en pantservoertuigen richting Vukovar. Onderweg werden enkele dorpen gezuiverd van Kroaten, en vooruitgeschoven Kroatische posten verjaagd. Rond 30 september was de omsingeling van de stad kompleet.
Het JNA ondernam een formidabele poging om Vukavor te veroveren met de inzet van honderden tanks en pantserwagens. De Kroaten gingen hen echter te lijf met onwaarschijnlijke moed en kunde: de tanks werden vastgezet in straten door de eerste en de laatste tank uit te schakelen, en vervolgens werden de voertuigen bestookt vanop daken en vanuit keldergaten. Op die manier konden de tanks hun lopen niet hoog of laag genoeg richten om effectief te zijn. Sommige straten werden herdoopt tot ‘tankkerkhof’, en bij één actie tegelijk werden wel 100 pantservoertuigen verwoest…
Absolute held van het verhaal is de Kroatische generaal Marco Babic. Hij heeft eigenhandig mee 14 tanks vernietigd. Vanaf half oktober begon de gefrustreerde JNA de stad nog intensiever in puin te schieten. Het zeer bedrijvige hospitaal werd gebombardeerd door de luchtmacht. Ironisch genoeg werkten deze bombardementen in het voordeel van de verdedigers: zoals eerder al in Stalingrad gebleken was, bieden verbrijzelde muren betere dekkingsmogelijkheden voor verdedigers dan intacte – en ze belemmeren het gebruik van tanks. Elke JNA-aanval werd dan ook met succes teruggeslagen.
Einde oktober nam Servië maatregelen. De Servische paramilitairen werden geïntegreerd in het JNA, en de soldaten vervangen door gemotiveerde Servische vrijwilligers. Op 30 oktober werd een gecoördineerde aanval opgezet waarbij de Servische paramilitairen de ondersteuning kregen van tanks. Deze aanval slaagde. De Kroaten werden teruggedrongen, maar zetten de strijd verbeten verder. Op 18 november moesten de laatste Kroaten zich overgeven. Zowat 1100 Kroatische strijders waren gesneuveld, samen met 2000 burgers. Aan Servische kant sneuvelden zo’n 1000 soldaten.
De massamoord van Vukovar
Daarmee was de tragedie van Vukovar echter niet afgelopen. Meteen na de val van Vukovar noteerden Britse journalisten dat zingende Servische eenheden aankondigden dat ze ‘Kroaten gingen slachten’. Dat werd uitgevoerd met de massale executie van soldaten en burgers, maar vooral met het uitmoorden van het hospitaal van Vukovar. 260 gewonden werden daar weggehaald, naar een veld gevoerd en afgemaakt. Deze massamoord van Vukovar zou de wereld rondgaan. (Eén van de verdachten van deze massamoord werd aangehouden in Servië in juli 2011.) Een groot monument in Vukovar herinnert aan de tragedie.
En zo staken de Serviërs de vinger in hun eigen oog. De verovering van Vukovar was dan wel een militaire overwinning, het bleek om meer dan één reden het begin van het einde. De Servische misdaden zorgden voor internationale verontwaardiging en steun voor Kroatië. Vele landen, zeker Duitsland, lieten wapenhandel en –smokkel met het land toe waardoor het zich snel goed kon bewapenen. In december 1991 erkenden verschillende Europese landen Kroatië als onafhankelijke staat. Januari 1992 volgde de erkenning door de EU.
In de tegenaanval
De drie maanden vertraging in Vukovar hadden ervoor gezorgd dat de rest van Kroatië nu volledig gemobiliseerd was en klaar was voor een strijd tot de laatste man. Op 5 oktober hield president Franjo Tudman een toespraak waarin hij de ‘totale Kroatische mobilisatie’ tegen ‘het Groot-servische imperialisme’ afkondigde.
Naarmate het jaar naar zijn einde liep gingen de Kroaten voluit in het tegenoffensief. Een offensief van het JNA nabij Pacrac werd tot staan gebracht en grote gebieden werden heroverd. Het JNA en Servische paramilitairen moesten overal terugtrekken. Op 14 november 1991 ging Kroatië het gevecht aan met een aantal oorlogsschepen die zijn havens blokkeerden. Ze werden bestookt, beschadigd of tot zinken gebracht en ook hier moest het JNA dus bakzeil halen; het leger kon voortaan enkel actief zijn in het zuiden van de Adriatische zee. De confrontatie werd bekend als de slag om de Dalmatische kanalen.
Een schip werd deels tot zinken gebracht, daarna opgepikt door Kroaten en opnieuw in de vaart gebracht als Kroatisch schip. ( Een Kroaat vertelde me begin jaren ’90 dat hij betrokken was bij een geheime groep die in een marinebasis een geïmproviseerde torpedo had gebouwd voor deze aanval. Veel later las ik dat een Joegoslavisch schip inderdaad met zo’n zelfgebouwd tuig deels tot zinken werd gebracht.)
Tijdens november en december 1991 werd er overal bikkelhard gevochten met winst voor de Kroaten op alle fronten. Tijdens de tweede helft van 1991 stierven naar schatting 10.000 mensen, terwijl tienduizenden aan beide kanten op de vlucht moesten voor de oorlog. In dezelfde periode begonnen vredesbesprekingen onder leiding van de Verenigde Naties hetgeen leidde tot een staakt-het-vuren begin 1992. Een VN-vredesmacht, UNPROFOR, werd in Kroatië gestationeerd om toe te zien op het bestand. In grote lijnen werd vastgelegd dat de interne grenzen, zoals ze destijds binnen het federale Joegoslavië waren vastgelegd, niet konden gewijzigd worden tenzij dat vrijwillig gebeurde. Bijgevolg begon het JNA zich geleidelijk aan terug te trekken uit Kroatië, voor een groot deel richting Bosnië, waar (terecht) een nieuw grootschalig conflict verwacht werd.
De door de Serviërs veroverde gebieden in Kroatië bleven echter stevig in handen van de Servische milities en de door niemand erkende ‘Servische republiek Krajina’. Nog steeds bleef een derde van Kroatië dus bezet. Nog steeds werden Kroaten daar op de vlucht gejaagd richting Kroatië.
In de loop van 1992 voerde Kroatië een aantal beperkte en succesvolle militaire acties uit, om de JNA tot verdere terugtrekking te dwingen en bv. de omsingeling van Dubrovnik te breken.
In 1993 voerde het Kroatische leger twee geslaagde offensieven uit. Met operatie Maslenica werd ten koste van 110 gesneuvelde Kroatische soldaten en 490 Servische gesneuvelden de landverbinding tussen Zagreb en de stad Zadar heroverd. Tussen 9 en 17 september werd gevochten in operatie Medac Pocket nabij de stad Gospic, om een Servische enclave van waaruit de stad beschoten werd te elimineren. De opflakkering van de strijd zorgde ervoor dat de Veiligheidsraad van de VN in oktober 1993 bevestigde dat de door Serviërs bezette gebieden deel uitmaakten van Kroatië, een stevige politieke opsteker voor de Kroaten.
In 1994 bleef het Kroatische front relatief rustig maar verplaatste het zwaartepunt zich naar Bosnië-Herzegovina. Nadat Kroaten en Bosnische moslims aanvankelijk met elkaar gevochten hadden, vormden ze een alliantie die de strijd aanging tegen het Servische deel van Bosnië. Het Kroatische leger ontwikkelde steeds effectievere strijdmachten die doorheen Bosnië steeds dichter oprukten richting Knin, de hoofdstad van de ‘Servische republiek’.
1995 werd het jaar van de Kroatische overwinning. Onder steeds zwaardere internationale druk liet Servië de steun aan de Servische republiek Krajina geleidelijk aan varen. In mei 1995 voerde het Kroatische leger met succes operatie Flash uit in West-Slavonië, in de buurt van de stad Pacrac, waarbij grote gebieden opnieuw onder Kroatisch gezag werden gebracht.
Operatie Storm en de bevrijding van Knin
Juli 1995 leidde tot een climax van de Bosnische oorlog, waar zogezegd ‘veilige enclaves’ overrompeld werden door Servische milities die vervolgens de massamoord van Srebrenica uitvoerden. Kroatië besloot dat de enclave van Bihac in geen geval mocht vallen, en besloot in het offensief te gaan. Op 4 augustus 1995 begon operatie storm, met 100.000 Kroatische soldaten het grootste landoffensief in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. De operatie was een volledig succes en al op 8 augustus waren alle doelstellingen bereikt.
Wat er vervolgens in Krajina gebeurde is omstreden. Tienduizenden Serviërs ontvluchtten de streek, volgens de enen onder dwang, volgens anderen omdat zij (terecht) de wraak vreesden van de terugkerende Kroaten die zij eerder zelf verdreven hadden. Vast staat dat vervolgens 85.000 eerder verdreven Kroaten zich opnieuw in de streek vestigden. De oorlog werd symbolisch beëindigd met een aangrijpende ceremonie op 5 augustus, waarbij de Kroatische vlag opnieuw gehesen werd boven Knin, in aanwezigheid van president Tudman en alle Kroatische generaals.
Eén van hen was Ante Gotovina. Geboren in 1955 had die zich onderscheiden als soldaat van het Franse Vreemdelingenlegioen, o.a. bij de acties in Zaïre (Kolwezi), en hij had zich bij het uitbreken van de onafhankelijkheidsoorlog naar zijn geboorteland gerept om zijn militaire ervaring ten dienste te stellen van het jonge Kroatische leger, en zijn militaire kwaliteiten zorgden ervoor dat hij snel een belangrijke rol speelde. Gotovina werd later vervolgd en veroordeeld in Den Haag voor ‘operatie storm’, vooral voor de dood van 150 Serviërs. Kroatië zelf heeft – zoals het hoort – tientallen individuele soldaten veroordeeld voor misdrijven gepleegd in oorlogstijd; vele Kroaten weigeren dan ook te aanvaarden dat Gotovina als bevelvoerend generaal zelf fouten zou begaan hebben, en voor vele Kroaten blijft hij dan ook een held. 5 augustus is sindsdien in Kroatië de dag van de overwinning en van de veteranen.
Het enige stuk Kroatië dat na operatie Storm nog bezet was, was de streek van Oost-Slavonië rond Vukovar. Tudman dreigde met militaire actie en verplaatste troepen in die richting. Uiteindelijk werd afgesproken dat de Serviërs de streek vrijwillig zouden overdragen. In 1998 kwam Vukovar terug onder Kroatisch gezag, waardoor de bevrijding van het volledige grondgebied een feit was.
President Franjo Tudjman mocht het dus nog meemaken dat Kroatië vrij en herenigd was. Als om een hoofdstuk af te sluiten overleed hij in 1999 op 77-jarige leeftijd.
Laat u tenslotte door het 'krijgshaftige' karakter van deze tekst niet misleiden, Kroatië vandaag is een vriendelijk, gastvrij en prachtig land waar de rijke antieke erfenis, de levendige balkancultuur, de indrukwekkende natuur en de prachtige kustlijn iedereen zullen bekoren. Een bezoek meer dan waard!
Reacties